Posts tonen met het label Column Seuntjie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Column Seuntjie. Alle posts tonen

vrijdag 13 augustus 2010

Prachtig land

Het zit er (bijna) weer op. Na bijna drie jaar in Zuid-Afrika keren we terug naar Arnhem. Wat laten we achter? Een prachtig land met een heerlijk klimaat, fantastische natuur, lieve mensen en lekker eten. “Daar moet je gewoon elke dag van genieten – totdat er een gek voorbij komt die je een kogel door je kop schiet”, grapten we vaak tegen Nederlands bezoek.
Een geintje met een serieuze ondertoon. Criminaliteit kán hier heel heftig en gewelddadig zijn, dat zullen we niet ontkennen. Maar gelukkig hebben wij – noch onze gasten – het ooit aan den lijve ondervonden. Ook hordes Oranje-supporters konden thuis vertellen dat het lang niet zo erg was als ze hadden gedacht.
De beeldvorming van Zuid-Afrika is wat criminaliteit betreft nog steeds sterk overtrokken. Toen wij in 2005 afreisden om onze adoptiezoon op te halen, werd er verteld dat er bewust een vlucht werd geregeld die in de ochtend landde, omdat het véél te gevaarlijk was om ’s avonds in Johannesburg aan te komen. Inmiddels hebben we talloze keren mensen ’s avonds opgehaald of afgeleverd op het vliegveld – super veilig, geen probleem. Kijk, op vrijdagavond met pech langs de weg staan in de buurt van een township als Alexandra, da’s een ander verhaal. Er zijn absoluut do’s en don’ts voor toeristen – maar die heb je ook in New York, zelfs in Amsterdam. Met gewone voorzichtigheid kom je een heel eind.
Als je de samenleving als een piramide beschouwt, zitten de criminelen in de arme onderlaag. In het midden een brede laag van vriendelijk volk. Het uiterste topje is ook weer gevuld met schurken. Daar zetelt de regering. De goeden niet te na gesproken, maar het African National Congress is helaas geen schare Nelson Mandela’s. Sinds de bevrijdingsbeweging in 1994 aan de macht kwam, is het gros vooral bezig met schaamteloze zelfverrijking. Fraude, bedrog, machtsmisbruik en corruptie vieren hoogtij. Daarbij zakken de publieke sectoren als binnenlandse zaken, onderwijs en gezondheidszorg steeds verder weg in het moeras van mismanagement. Het ANC benoemt op cruciale posten allereerst trouwe partijgenoten om ze te belonen voor hun aandeel in de strijd tegen de apartheid. Of die mensen verstand van zaken hebben, is punt twee. Dat het land daardoor zoetjesaan steeds verder afglijdt, interesseert ze niet. Ik stel het heel hard, maar voor mij is dit de grootste vorm van misdaad.
De regering komt ermee weg, want de partij heeft een heel groot ‘bevrijdingskrediet’. Puur vanwege het afschaffen van de apartheid zal ze de verkiezingen van 2014, 2019 en waarschijnlijk ook 2024 nog met ruime meerderheid winnen. Mijn enige hoop voor het land is tamelijk utopisch: een nieuwe partij, met eerlijke, integere leiders.

Tot die tijd blijft het een prachtig land - voor toeristen.


Afscheidscolumn Seuntjie, in de Gelderlander van 31 juli.

dinsdag 19 januari 2010

Verhaaltje

Zaterdagmorgen, we liggen nog te reuzelen in bed. Langzaam ontwaken met een pot koffie en wat leesvoer. Anthony slaat die opstartfase echter helemaal over. Zodra hij wakker is, wil hij spelen en donderjagen. Liefst bij papa en mama op het grote bed. Daar ben ik met m’n duffe kop nog niet aan toe. "Vriend, kun je niet even met de Playmobil gaan spelen? Of maak anders een mooie tekening voor mama."

Dat werkt. Toon rent naar de speelgoedkast voor de dikke stiften, en naar de printer voor een A4tje. Even later is hij druk aan het tekenen. Goed zo, vrije expressie. Op de Afrikaner kleuterschool gaat het er vaak erg sturend aan toe. 'Jullie kleuren nú allemaal het dak róód.' Dat idee.

"Kijk mama!" Hij komt trots laten zien wat hij heeft gemaakt, wijst met z’n bruine vingertje. "Deze mevrouw is helemaal rood, want ze is boos. Het is een witte mevrouw net als jij, mama, met lange haren." Ik vraag waarom ze boos is. "Nou, omdat ze in de gevangenis zit. Want ze had een baby’tje afgepakt. Dat baby’tje had hele kleine krulhaartjes. Net als ik. En toen moest ze het kindje teruggeven aan de moeder die bruin was."

Op slag ben ik klaarwakker van alle alarmbellen die als gekken afgaan in mijn adoptiemoederhoofd. Gottegot, hier voltrekt zich een Wezenlijk Adoptie Moment, en het is van het allergrootste belang hier pedagogisch juist op te reageren. Koortsachtig probeer ik de nuttige tips uit het handboek ‘Wereldkind, praten met je Adoptiekind’ op te graven, maar het enige wat boven komt, is openvragenstellenOPENVRAGENSTELLEN!

"Ehhhhh... Waarom deed die witte mevrouw dat?" "Nou, omdat ze zelf geen baby’tje had en ze wou altijd een baby’tje." "Enne, wat zei die bruine moeder dan?" Maar Anthony besluit dat het nu mooi geweest is. Hij bergt de tekening met een gedecideerde klap op in de la van het nachtkastje. "De rest vertel ik morgen. Dan ga ik verder tekenen."

De hele dag spookt het voorval door m’n hoofd, ronddansend met begrippen als creatieve therapie en verwerkingsproces. Hoe pakken we dit aan? Sturen? Loslaten?

Als het bedtijd is, lees ik Anthony een verhaaltje voor. De twee trolletjes op het plaatje zien er een beetje griezelig uit. "Maar trollen bestaan niet echt hoor. Alleen in verhaaltjes", stel ik hem gerust.
Terwijl hij in z’n pyjama tegen me aan hangt, waag ik een poging. "Heb je al bedacht wat je verder nog gaat tekenen? Van de mevrouw die dat baby’tje had gestolen? Want deze mama heeft óók een bruin kindje gekregen. Maar wij hebben jou niet gestólen, Toon. Dat weet je toch?"
Hij reageert met een verveelde zucht. "Maar mama, het was maar een verhááltje, hoor!"

(Column Seuntjie in De Gelderlander, 16 januari.)


PS:
Ik word momenteel erg chagrijnig van alle negatieve reacties op internet over het bericht dat Nederland ruim 100 Haïtiaanse adoptiekinderen versneld naar Nederland laat komen. 'Munt slaan uit chaos', 'verkapte kinderhandel', 'kinderwens gaat boven hulp' en wat dies meer zij. Het gaat voor het overgrote gedeelte om kinderen van wie de adoptieprocedure sowieso al was afgerond, alleen de reisdocumenten ontbraken nog. Buitenlandse adoptie gebeurt nu al vrijwel uitsluitend als laatste redmiddel, wanneer kinderen niet ondergebracht kunnen worden bij familie of bij een adoptiegezin in het land zelf.

En ja, buitenlandse adoptie ís ingrijpend voor een kind - zeker als dat bovendien net zwaar getraumatiseerd is door een aardbeving. Maar moet je ze dan daar laten zitten, in de chaos van een toch al straatarm land, zonder eten, zonder drinken en zonder basisveiligheid?

Natuurlijk zou het het mooiste zijn als elk kind kon opgroeien in z'n eigen land en bij zijn eigen liefdevolle ouders of familie. Zelfs al zijn die arm als kerkratten. Maar als dat om welke reden dan ook niet haalbaar is, en er zijn elders in de wereld ouders die het kind graag en met liefde willen opnemen: niet zeuren!

Ik zeg niet dat adoptie altijd de perfecte oplossing is. Er gaat heus genoeg mis. Maar dat geldt ook voor gezinnen met biologisch eigen kinderen. Elk kind is uniek en je krijgt er nu eenmaal geen handboek bij. Opvoeden is een uiterst complexe taak en ik denk dat er geen ouder is die daarin nooit fouten heeft gemaakt. Zo is het leven! En veel belangrijker dan 'alles goed doen', is: onvoorwaardelijk houden van. En de adoptieouders die ik ken, die doen dat. Zeker weten.

zondag 1 november 2009

Door of Hope


Laatst het tienjarig jubileum meegevierd van Door of Hope, het Johannesburgse kindertehuis waar onze zoon zijn eerste vier maanden heeft doorgebracht. De verhalen op de gala-avond waren mooi en verschrikkelijk tegelijk.
Mooi om te horen over de honderden kinderen die in de loop der jaren een liefdevol tehuis hebben gevonden.
Aan de andere kant worden er in Johannesburg nog dagelijks ongewenste baby’s achtergelaten. Vrijwel zonder uitzondering zijn het zwarte kindjes. De politie vindt ze soms ingepakt in plastic zakken. Van een flat gegooid. In een vuilniszak. Door een toilet gespoeld. Op treinrails gebonden. Achtergelaten in een park, soms met de navelstreng er nog aan.
Het aantal lijkt toe te nemen, vermoedelijk als gevolg van de stijgende armoede. Moeders in uitzichtloze situaties zien soms geen andere uitweg.

De Door of Hope probeert een alternatief te bieden via een babyluikje, waar radeloze moeders anoniem hun baby in kunnen deponeren. Gemiddeld gebeurt dat een paar keer per maand. Het merendeel van de baby’s wordt door de politie binnengebracht.
Zoals de naar schatting drie maanden oude Nathan. Hij werd gevonden langs de kant van de weg. Doodziek van de zonnebrand, ernstige huiduitslag. En volledig in shock vanwege de voorbijrazende vrachtauto’s. Nathan is inmiddels geadopteerd en maakt het goed.
Of Jabu. Hij was een paar uur oud toen hij werd gevonden in de tuin van een ziekenhuis. Later werd duidelijk dat hij uit een hooggelegen raam was gegooid. Met hem liep het niet goed af. Vanwege zijn hersenbeschadiging hield kon hij geen voedsel binnenhouden. Jabu werd maar zes weken oud.

Het zijn verhalen die ons diep raken. Hoe radeloos (of ziek?) moet je zijn om een baby zoiets aan te doen? En aan de andere kant zijn er talloze stellen die het maar niet lukt om kinderen te krijgen. Een en een is twee, zou je zeggen, adoptie is de optie. Maar ik heb natuurlijk makkelijk praten. Twee vlotte zwangerschappen achter de rug; wat weet ik van ongewenste kinderloosheid...

Ik ben wel adoptie-ervaringsdeskundige. En ik kan alleen maar zeggen dat we er geen seconde spijt van hebben gehad. Als u dit stukje leest, is hij net gisteren vijf geworden. Een grote kleine dondersteen, even ondeugend als lief, die regelmatig verkondigt dat hij wel ‘tienmiljoenduizendhonderd’ kusjes en knuffels heeft voor papa en mama. En voor z’n zusjes ook. Elke dag met hem is voor ons een cadeautje. Dit weekend brengen we door aan de grens met Lesotho, het land waar zijn biologische moeder vandaan komt. Zij stond hem daags na zijn geboorte af aan het tehuis, omdat ze wist dat ze niet voor hem kon zorgen.

Wat zou ik graag willen.
Wat zou ik verschrikkelijk graag willen.
Dat ze hem kon zien.


(Column in De Gelderlander, 24 oktober 2009)