donderdag 28 februari 2008

Gelukkig 2008


Je bent in onze familie (Lozemannenkant) pas echt jarig als je een kaart van tante Ans hebt gehad, en dus kunnen we wel zeggen dat het nu pas echt 2008 is. Want vandaag zat de nieuwjaarskaart van tante Ans bij de post! Het adres klopte (uiteraard) voor de volle 100 procent, maar ik vermoed dat iemand bij de posterijen bij het woord ‘Heidelberg’ toch eerst aan Zuid-Duitsland heeft gedacht. Niettemin: tante Ans, bedankt!! (Ook voor die 37 verjaardagskaarten.)

Verder begint de werkvergunning in de verte in zicht te komen, maar het is nog wel: twee stappen vooruit, één achteruit. Op de benodigde ‘waiver’ moet kennelijk nog één handtekening worden gezet, maar als ze bij Home Affairs in Johannesburg last krijgen van loadshedding vliegen alle computersystemen eruit en dat duurt gauw een dag of twee voor de boel weer opgestart is. Dat schiet dus niet op.

Komend weekend moeten we uit nood even het land uit, omdat Marcel z’n visum verlopen is (en dat van de kinderen ook). Dus maar een weekendje Swaziland geboekt. Er zit een fikse boete aan het verlopen stempel vast, maar die betaalt de BAT gelukkig. Mijn visum is nog geldig, omdat ik eind januari toen ik terugkwam uit Zimbabwe weer voor drie maanden een visum heb gekregen.

Voor de werk- annex verblijfsvergunning moeten we ook medisch gekeurd worden. Je weet immers maar nooit wat voor enge ziektes we uit Nederland hebben meegenomen naar donker Afrika. Gisteren longfoto’s laten maken. Bij Marcel moest de röntgenfoto drie keer worden overgedaan – eerst was hij te lang voor het apparaat, tweede keer was de foto te kort. Anyway - longen waren tiptop in orde (ondanks een onwaarschijnlijk hoge sigaarconsumptie) en ik kon gisteravond mooi een boekje lezen bij het licht van mijn X-ray-man.
Vandaag moesten we met het hele gezin naar de dokter. Paar keer diep zuchten en de bloeddruk opmeten en dat was ’t wel. Mijn bloeddruk is nooit hoog geweest en die was ook nu aan de lage kant, 70/100 en bij Marcel 70/110. Kennelijk toch geen stress genoeg?! Of te veel alcohol, krijg je ook een lage bloeddruk van, schijnt...

Nou. Morgen op naar Swaziland en dan kunnen we maandag alle papieren inleveren voor de aanvraag voor de uiteindelijke werkvergunning. Met een beetje geluk kan Marcel dan 1 april aan het werk…

vrijdag 22 februari 2008

Veewagen


We hebben een veewagen gekocht! Het is een Jeep Grand Cherokee, maar hij komt bij VeeMotors vandaan, vandaar. Marcel zit al maanden Autotraders door te vlooien op zoek naar een 4x4 voor niet te duur, en deze leek wel wat. Uit 1999, net geen ton gelopen, 4 liter motor, en Full Service History erbij dus dat leek allemaal in orde. Cruise control, climate control, elektrisch zonnedakje, programmeerbare stoelstanden, the works. Tot stoelverwarming aan toe, maar die hadden we vandaag niet nodig: volgens de boordcomputer was het buiten 30 graden (en reed-ie één op vier…)

Tjongejonge waar doen ze het toch van! Nou, Dirk Jan heeft recentelijk mijn bordeauxrode Ford Galaxy (met bijna 240.000 kilometer op de teller) weten te verkopen, en dat geld staat nu in de garage te glimmen. We hebben nu als echte Zuid-Afrikanen een fourwheeldrive onder de kont en ooit gaan we met deze bak de Sani Pass over naar Lesotho, om diep in Toon z’n roots te duiken. Want daar komen de Suthu’s immers vandaan.

Nog even een prettig nevenaspect van de Jeep: het merk is niet geliefd bij het dievengilde. Die rijden bij voorkeur in Toyota’s of VW’s, en die merken jatten ze dan voor de onderdelen. Zit je toch weer een beetje rustiger naast het verkeersbord: ‘Attention – hijack hotspot!’

Minder prettig nevenaspect: de radio. Daar zagen we een smal gleufje in, wat we eerst niet goed konden thuisbrengen. Was wel erg breed voor een usb-poort??? We moesten even heel diep in het geheugen graven ... ach kom, hoe heten die dingen ook weer.. cassettebandjes!!
Andere radio erin zetten is geen optie, want de Jeepradio is letterlijk een vast onderdeel van het dashboard.
Dus…
Wie heeft er thuis nog leuke bandjes liggen? Beetje Anouk, Black Crowes, Chili Peppers, Stevie Ray Vaughn... Wij hebben wel 200+ CD’s mee, maar geen tapedeck om ze op over te zetten…!

maandag 18 februari 2008

Marcel in Afrika


Bij wijze van uitzondering dit keer Marcel als gastblogger, met een verslag van de wedstrijd Orlando Pirates - Bidvest Wits...

'De wat donker getinte medemens in Zuid Afrika is helemaal gek van voetbal en de wat lichter getinte mens houdt van rugby of cricket. Ik ben als voetbalfan in Zuid Afrika dus een donker getint mens. En daarom moest ik dus ook een keer naar een voetbalwedstrijd met mijn goede zwarte vriend Ivan. Ivan is een fan van de Pirates en dus gingen we naar de Pirates vs de Bidvest Wits.

We gingen met vier man; Ivan, zijn zoon Blessing en een vriend van Blessing. In de nieuwe Renault Megane van Blessing naar downtown Johannesburg, iets wat de lichter getinte mens in Zuid Afrika niet aandurft. Door allemaal kleine nauwe straatjes kwamen we eindelijk aan bij het stadion. Overal oude gedeukte auto’s die op de meest gekke manier geparkeerd waren.

We moesten de kaartjes nog halen dus gingen we haastig onderweg naar de ticket sales. Allemaal kleine donkere mannetjes met daartussen een bijna 2 meter blanke slungel. Ik had moeite om mijn gastheren bij te houden omdat ze eigenlijk in de drukte allemaal op elkaar leken. Kaartjes gekocht voor 20 rand per stuk, omgerekend nog geen 2 euro!

Rond het stadion stonden allemaal eettentjes waar van alles klaar gemaakt werd, zoals kippenklauwen (die grijze dingen, niet te verwarren met kippenpootjes), maïskolven, hele kippen, chips enzovoort. Een lekkere ongeorganiseerde bende. Onderweg zag ik overal losliggende stenen liggen, maar daar maakt niemand zich hier druk om want het rellen is hier nog niet uitgevonden. Ongelooflijk, in een van de meest criminele en gewelddadige landen ter wereld kan je nog gewoon lekker rustig naar een voetbalwedstrijd. Fans lopen door elkaar en het is een gezellige wanorde - ook dit is dus Afrika.

Het stadion was halfvol en we kwamen er aan toen de wedstrijd 5 minuten bezig was. We waren te laat weggegaan maar dat is normaal hier: African time.
De wedstrijd was niet om aan te zien, beetje niveau Eldenia 1- NEC, maar dat publiek was geweldig. Mensen met complete piratenoutfits, opengewerkte bouwhelmen en nog veel meer van die gekke dingen. De meesten hadden ook een megatoeter mee en daar werd ritmisch op geblazen.
Ook in het stadion was van alles te krijgen, van popcorn tot braaivlees. Iedereen zit hier om zichzelf en elkaar te vermaken, geweldig om dat mee te mogen maken. Ivan zat de hele wedstrijd commentaar te geven op het spel. Ik heb mijn mond maar gehouden en netjes ja geknikt en genoten van de sfeer en wat er allemaal te zien was.

De Pirates wonnen met 2-0, dus de terugweg door downtown Joburg was ook gezellig. Hoe Ivan de weg terug gevonden heeft, is mij een raadsel, maar het is gelukt. Onderweg weer overal luid toeterende taxis met juichende fans en wapperende Pirates vlaggen.

Ik vond het een belevenis. Ik denk dat ik de gasten die ons komen opzoeken in Heidelberg, ook maar eens me neem naar een voetbalwedstrijd. Wat dat betreft heeft Ronald pech gehad - maar die krijgt zijn kans nog wel.
'

donderdag 14 februari 2008

Benz


Lang leve onze ouwe Benz. Hij heeft z’n nukken en z’n kuren – hij rolde uit de fabriek toen ik in de 2e klas zat van de Regenboogschool in Achterveld – maar het ouwe barrel is inbraak-proof. Of eigenlijk, er kijkt geen autodief naar om.

Dinsdagavond was ik op de ouderavond van Toon z’n kleuterschool. Aan het einde van de avond bleek dat onverlaten geprobeerd hadden twee geparkeerde auto’s te jatten: een Ford bakkie en een redelijke nieuwe Toyota Corolla. Ze stonden er allebei nog, maar er was wel mee gerotzooid. Het portierslot van de Toyota was opengeboord en de draden van de startonderbreking etc. waren uit de stuurkolom getrokken. De Corolla stond langszij van onze groene modderschuit - maar die was onaangeroerd gebleven. De achterklep van de Benz zat zelfs niet op slot, maar de tuinstoeltjes en de motorolie lagen er nog netjes in. Kijk, dat weten we dus voor de volgende keer.

Zelfs als we er straks een tweede/betere auto bijkopen (wat wel de bedoeling is, als Marcel aan het werk is), dan houden we de Benz aan. Die is buitengewoon handig voor avondklussen en tripjes naar downtown Jo’burg.

maandag 11 februari 2008

Nkosi Sana





Altijd fijn om er even tussenuit te zijn.
Afgelopen weekend kwam Ronald langs. Broer van Marcel, moest voor zijn werk toch naar Namibië dus even een klein ommetje gemaakt langs Heidelberg. Vrijdagochtend van het vliegveld gehaald, ’s middags zijn we naar een kleine privé-wildtuin gereden bij Groenfontein, 50 kilometer oostelijk van Pretoria. Daar zijn we twee nachten gebleven. We hadden het Hilltop-chalet geboekt – inderdaad, bovenop de bult – met vrij uitzicht over de wildernis. ’s Morgens vanuit bed zagen we de springbokjes en ander hertespul zo voorbij trippelen.

Zaterdagochtend hebben we een ‘game drive’ gedaan, een rondrit over de Nkosi Sana Game Farm. Ze hebben geen gevaarlijk grootwild, maar wel bijna alle antilopesoorten, zebra’s, giraffen, struisvogels en gnoes. Toen de baas van ’t spul de Landrover even stilzette om iets te vertellen over de aardwolf, keek Doortje net aan de andere kant uit het raam. “Hé, dat lijkt wel een slang!” Lag me daar toch een KNAAP van een rotspython languit in het zonnetje, zeker drie meter lang en zo dik als de bovenarm van een volwassen vent. Had die man ook nog nooit zo gezien. Stoer!

Verder een beetje gerelaxed, vrijdagavond gebraaid en zaterdagavond super lekker potjiekos gegeten, oftwel Afrikaanse stoofpot, met (uiteraard) wild: eland van eigen farm. Jummie.
Zondag op de terugweg zijn we langs gegaan bij Deon, en voor de verandering maar weer eens gebraaid, dus… Ronald kon in één weekend weer een maand of zes vegetarisme compenseren. (En dan moet-ie nog naar Namibië…)

Vanochtend zijn Marcel en ik op gesprek geweest bij de sigarettenfabriek van BAT. Het gaat nu toch wel ernstig lang duren met die werkvergunning. We zijn er inmiddels achter dat er eerst een ontheffing (waiver) moest worden aangevraagd, pas als die binnen is, kan de werkelijke werkvergunning worden aangevraagd. Het waiver-proces duurt 8 tot 12 weken en de werkvergunning vergt nog eens 3 tot 4 weken. Volgens BAT kan de waiver elk moment binnen komen, maar dan moeten we dus nog een maand wachten op die bloody werkvergunning!!

Punt is dat BAT-HR gewoon niet wist dat er eerst een ontheffing voor Marcel moest worden aangevraagd – hadden ze geen ervaring mee. De HR-dame dacht dat de werkvergunning in een week of vier rond zou zijn. Jammer dan, hadden ze hun huiswerk maar moeten doen! Wij teren nu al sinds november op onze eigen reserves, en aangezien dat niet onze schuld is, mag daar van BAT wel iets tegenover staan, dachten wij. Vandaar dat we maar eens even zijn wezen praten.

Nu had BAT had toegezegd de eerste drie maanden onze woninghuur te betalen (onderdeel van het jaarcontract), maar die drie maanden zijn nu voorbij en ik zag de bui al hangen. Gelukkig kon de HR-dame van BAT zich redelijk goed in onze situatie verplaatsten. Ze blijven voorlopig de huur van onze woning betalen en ze zal ook kijken of ze een ziektekostenverzekering voor ons kan regelen – kunnen we ook niet zelf doen zonder werkvergunning. En ziektekosten zijn toch een reëel risico met drie blagen…
Daarnaast kan Marcel in afwachting van het echte werk alvast wat ‘consultancy-werk’ gaan doen, waar ze dan voor kunnen betalen uit een ander potje dan het salarispotje. (Want hij mag zonder werkvergunning echt niet op de payroll.)We hebben dus het een en ander kunnen regelen, gelukkig! Nou ja – nou nog zien in hoeverre het allemaal geconcretiseerd kan worden…

vrijdag 1 februari 2008

Zwaluw #3


Even voor de vogelfielen: het nestje van de kleinstreepzwaluwtjes is af. Ze zijn bezig om 'm aan de binnenkant te bekleden met zacht materiaal, dus dat gaat niet lang meer duren! Het wordt tijd om er een lege zak of een oude krant of zo onder te leggen, net zoals mijn pa vroeger altijd deed onder de boerenzwaluwnestjes. Dan kun je als de jongen zijn uitgevlogen alle schijt in één keer weghalen.
Onze buurman vindt het vast geen gezicht. Die is van het ernstig netjes. Hij heeft zelfs de rubberen flap die aan de onderkant van onze garagedeur half los hing, even vastgezet. Hij kon het niet aanzien!! Hij strooit ook de hele buurt onder het gif omdat de mieren zandhoopjes opwerpen. En maar vegen en poetsen. Die man spoort echt niet. In zíjn garage ligt vloerbedekking. Als hij in de regen heeft gereden, droogt hij de auto helemaal af zodra hij 'm weer in de garage heeft gezet. De eerste keer dacht ik dat ik het niet helemaal goed zag, maar verrek - de volgende dag deed-ie het wéér!
Kijk, voor zulke mensen zijn nou begrippen als 'streeploos schoon' bedacht.

maandag 28 januari 2008

Aan gene zijde van Beitbridge








Zo! Ginus is weer thuis. Vier dagen op sjouw geweest door Zimbabwe, samen met Deon en zijn pa, ome Dan. Verschrikkelijk lieve mensen ontmoet van de Nederduitsch Hervormde kerk in Zim, veel gezien en gedaan en gelukkig zonder al te veel problemen rondgetoerd aan gene zijde van Beitbridge, de grensovergang tussen Zuid-Afrika en Zimbabwe. Voor wie de puf heeft, volgt hier een uitgebreid verslag!!

Donderdagochtend vroeg vertrokken uit Pretoria, met de nagelnieuwe Nissan XTrail van Deon en een aanhangwagentje met voedselpakketten erachter.
Bij de grensovergang in Beitbridge was het een drukte van belang. Aangezien er in Zim eigenlijk niks meer is te krijgen, doen Zimbabwanen als ze de kans hebben (en beschikken over buitenlandse valuta) boodschappen in Messina, net over de grens in ZA. Daar worden de bakkies tot de nok toe volgestouwd met allerhande kruidenierswaren, zoals boter, zeep, meel en toiletpapier. Alhoewel je bij gebrek aan toiletpapier ook briefjes met Zimbabwaanse dollars zou kunnen gebruiken: 100.000 Zimdollar is ongeveer gelijk aan één eurocent. De inflatie wordt in januari geraamd op 150.000 procent - 64 % per dag!

Bij de grens begon aan de Zuid-Afrikaanse kant al het gerommel: Deon moest bij een security-chekpoint een formulier tonen wat hij niet had (en wat ook nergens voor nodig was), maar voor een vers brood van de Spar kon-ie zo doorrijden. Onze dominee Du Toit had met vooruitziende blik al de nodige losse artikelen in de auto klaar liggen…

Eenmaal aan de Zimbabwaanse zetten we koers naar één van de laatste blanke boerenfamilies van Zimbabwe die nog zijn blijven zitten: ‘oom’ Johan en ‘tannie’ Hanna, onze eerste overnachtingsplek. Onderweg slechts één corrupt politie-roadblock tegengekomen. We werden staande gehouden en bleken niet over de ‘vereiste witte reflectoren’ te beschikken. Met twee broden en een paar blikken bonen kon Deon de zaak afkopen, en al slingerend tussen de potholes doorrijden naar Johan en Hanna.

Onderweg zie je vooral veel ezelkarren (voordeel: daar hoeft geen benzine in) en voetgangers/kruiwagenduwers en een enkele fietser. Benzine is schaars en eigenlijk alleen nog te krijgen als je met ZA Rand betaalt en een connectie hebt met de pompeigenaar. Illegale benzine wordt ook wel aangeboden, maar is veelal aangelengd met water of andere rotzooi en dat is niet zo best voor de motor.

Om een uurtje of zes waren we op de boerderij. Oorspronkelijk was die 7.000 hectare groot, maar dankzij Mugabes landhervormingspolitiek hebben ome Johan en zijn zoon Jan (twee vleesveebedrijven in maatschap) samen nog 4.000 hectare bushveld en een koppeltje vleesvee over. De rest van het land is zonder enige compensatie door de staat afgenomen, en uitgedeeld aan nieuwe zwarte settlers. Zo’n 100 gezinnen kregen elk een stukje grond (een plot) toegewezen op het bedrijf, en nog eens 30 gezinnen leek dat ook wel wat en die zijn er illegaal bij komen zitten.
Al die nieuwe keuterboertjes spitten met de hand of met de ossenploeg hun lapjes grond om, ter grootte van een fikse moestuin, en proberen daar dan mais of katoen op te telen en wat vee te houden (zie foto). Die manier van landbouwen levert misschien net genoeg op om het eigen gezin net in leven te houden, maar economisch gezien stelt het natuurlijk niks voor. Het is te kleinschalig om lokaal te verkopen, laat staan te exporteren, en dat is één van de belangrijkste oorzaken voor het ineenstorten van de Zimbabwaanse economie. Vroeger hadden de 4.600 blanke boeren 70 procent van de grond in hun bezit en was Zimbabwe een netto-voedselexporterend land en genereerde die export veel buitenlandse valuta. Nu zijn er nog zo’n 230 blanke boeren over, die nog een klein gedeelte van hun oorspronkelijke bedrijf in handen hebben. Daar kan de schoorsteen in Zim niet van roken…
Johan en zijn zoon boeren nu maar voort, zuiver om aan te tonen dat ze nog in bedrijf zijn, en in de hoop het bedrijf voor de toekomst te kunnen behouden. Want wie opgeeft, is het bedrijf kwijt.

Anyway, bij Johan en Hanna aangekomen bleek dat het plan was om bij hun zoon aan de andere kant van het bedrijf te gaan braaien. Het klonk alsof dat vlakbij was, dus zijn we zonder enige bagage met z’n allen bij oom Johan in het bakkie gekropen. Het bleek echter nog zeker dertien kilometer, ofwel drie kwartier hotseknotsen over een zandpad, voordat we er waren. Onderweg twee rivieren overgestoken. Ondanks de regen lekker gebraaid (eigengeschoten struisvogel) en om een uur of negen weer teruggereden.

Echter, door de regen was de rivier die eerst nog kalmpjes onder het betonnen oversteekpad door was gestroomd, in een paar uurtjes flink gezwollen. Hij kolkte er nu snel en woest over de betonnen bak heen. Via de reguliere weg ging het dus niet lukken met het bakkie.
Maar oom Johan wist nog een alternatieve route - wel een beetje om en hij had het ook in geen jaren meer gereden - maar goed. Het eerste stuk van dat zandpad ging nog redelijk, maar het tweede pad was één spekgladde modderbende. Binnen de kortste keren raakten we in een slip en hingen we scheef en muurvast in de modder. Het bakkie (alleen achterwielaandrijving) kon niet meer voor- of achteruit. Tien uur ’s avonds, pikdonker, geen bereik met de mobiele telefoon - ernstig rimboe! - en geen levende ziel in de buurt. Alle opties afgewogen, maar het leek het verstandigste om maar met z'n allen in het bakkie het daglicht af te wachten…

En zo heb ik mijn eerste nacht in Zim slapeloos doorgebracht, met vijf personen in een scheefhangend bakkie, uitermate ver weg van de bewoonde wereld, in de regen, warm en vochtig, met muskieten en kramp in alle ledematen!!

Maar het werd uiteindelijk weer dag, en met hulp van een stuk of tien locals en een span van vier ossen (of eigenlijk één os, een koe en twee pinken) is de boel op een zeker moment weer vlotgetrokken. Zie de foto’s, gemaakt met Deon z’n mobiel.
Nou alleen nog hopen dat de mozzies die nacht niet de malariaparasiet hebben overgebracht (er komt daar de laatste tijd wel malaria voor) en dan sal alles wel regkom.

Mensen, wat was ik blij toen we uiteindelijk om een uur of acht weer bij de boerderij van Johan en Hanna waren!! Na het ontbijt nog een flink gat in de dag geslapen…
Ome Johan en tannie Hanna zijn ontzettend lieve mensen, die me in die korte tijd zeer dierbaar zijn geworden. Jammer dat we niet meer tijd met hen hebben kunnen doorbrengen -op de boerderij dan, en niet in de bakkie!. Het zou mooi zijn om daar eens een fotoreportage te maken. Ze leven nog net zoals in 1960 eigenlijk, met hun houtgestookte emaille fornuis (zie foto), de jachttrofeeën aan de muur en hun zwarte mannelijke bediende die de schoenen poetst en de tafel dekt. Dit soort taferelen gaat echt verdwijnen…

Zaterdagochtend vroeg zijn we weer verder gereden, op weg naar de eindbestemming in Bulawayo. Onderweg nog het Great Zimbabwe Monument bezocht. Dat bestaat uit ruïnes uit een oude beschaving die dateert uit plusminus 1.200 na Christus. De bouwwerken zijn opgetrokken uit uitgehakte grijze stenen van baksteenformaat, die zonder enige soort van specie of cement zijn opgebouwd, of liever opgestapeld. Heel apart om te zien. Eén deel bestaat uit een hooggelegen fort, en het andere deel is waarschijnlijk een soort van tempel geweest. Jammergenoeg miezerde het nogal, maar het was zeker de moeite waard! Ik kan nu in elk geval een van de verplichte toeristendingen in Zimbabwe afvinken.

Vervolgens doorgereden naar Bulawayo, de tweede grote stad van Zimbabwe. Daar moest Deon ’s zondags preken. De Nederduitsch Hervormde kerk in Zimbabwe is te klein geworden om eigen predikanten te bekostigen. Veel leden zijn de laatste paar jaar vanwege de slechte economsiche situatie geëmigreerd, en daarnaast is er sprake van ontkerkelijking en vergrijzing. In feite zijn er nog 12 NH-gezinnen in Bulawayo, en nog een paar meer in de hoofdstad Harare.
De Zuid-Afrikaanse moederkerk regelt nu sinds een paar jaar dat er één keer per maand twee dominees naar Zim gaan. De ene preekt dan in Bulawayo, de ander in Harare. Sinds het laatste jaar worden de kerkleden ook praktisch ondersteund met voedselpakketten. Dankzij de kratten met kruidenierswaren komen ze de maand dan weer door.

In Bulawayo hebben we geslapen bij tannie Martie en oom Hendrik Bool. Ook schatten van mensen die zelf weer druk in de weer zijn met het verzorgen van ouden van dagen in vier tehuizen in Bulawayo. Het pensioen van die bejaarde mensen is absoluut ontoereikend, en met hulp van een christelijke organisatie uit buurland Botswana kunnen Martie en Hendrik maandelijks inkopen doen in Francistown in Botswana. En zo krijgen ruim honderd gebrekkige bejaarden in vier tehuizen tenminste nog eens iets anders te eten dan de dagelijkse stijve mieliepap en gekookte kool...

Het leven in Zimbabwe is ook voor Martie en Hendrik niet makkelijk. Gedurig komt er gen water uit de kraan en valt de stroom uit. Dus sukkelen ze maar met kaarsen en bakken water en staat Martie soms ’s nachts op om de was te doen. Ze hebben een deel van de tuin ondertussen in gebruik als moestuin en eten dus als aanvulling op de Zuid-Afrikaanse pakketten hun eigen uien (zie foto), suikermais, aardappelen en pompoenen. Urban farming heet dat…

Tja, Zimbabwe. Een ongelofelijk mooi en vruchtbaar land, maar ondertussen lijden wel 3 van de 12 miljoen mensen honger, en zijn er al 4 miljoen sneaky de grens overgegaan naar Zuid-Afrika in de hoop op een beter leven. Maar als je in Zimbabwe maatjes bent met Robert Mugabe, kan alles. Het partijkader laat luxe huizen bouwen aan de rand van Bulawayo en ik heb zelfs een hele blitse Hummer zien rondrijden!
De mensen die nog in Zimbabwe blijven, ondergaan de hele situatie gelaten. Eind maart zijn er weliswaar weer presidents- en parlementsverkiezingen, maar Robert Mugabe en zijn overheersende Shona-clan zijn al sinds 1980 de baas en ze zullen ook deze keer wel weer de verkiezingsuitslag naar hun hand weten te zetten, vermoeden de Zimbabwanen. Veel hoop op een machtswisseling is er in elk geval niet. En men hecht ook weinig waarde aan de ‘democratische verkiezingen’. Of zoals een kerkganger in Bulawayo het uitdrukte: “Oh, well, elections in Africa, that’s just another joke…”

xxx Gien